Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige context
De dubbele Openbare Lagere school, der eerste klasse, no. 31 en no. 36, heeft een vrijstaande positie aan de noordelijke zijde van de Zeeburgerdijk 25, in het stadsdeel Oost. De achterkant ligt aan het Lozingskanaal, in de flauwe bocht waar het kanaal overgaat in de Singelgracht. Vanaf de Zeeburgerdijk en ook vanaf het Zeeburgerpad langs het Lozingskanaal, is de school beeldbepalend voor de buurt.
Aan de zuidoostkant liggen de Roomtuintjes, een buurt die genoemd is naar de achttiende-eeuwse herberg De Roomthuin en die in de jaren zeventig als stadsvernieuwingsproject gerealiseerd is. Samen met andere uitspanningen zoals de herberg Het Vosje en de nog bestaande molen De Gooijer, was de eeuwenoude Sint Anthonis Dyck (Zeeburgerdijk) tot in de negentiende eeuw een trekpleister om een wandeling over de dijk te maken naar de voormalige Zuiderzee. Dit gebied behoort tot de oudste negentiende-eeuwse uitbreidingen van het stadsdeel Oost. Het stedenbouwkundige plan, dat in 1875 werd gepresenteerd, was het werk van de directeur van Publieke Werken J. Kalff. In zijn plan, die overwegend de verkavelingstructuur en de eigendomsverhoudingen van de polder volgden en waarin alleen gesloten bebouwingsblokken geprojecteerd werden, werd deze buurt Blok 10 genoemd. Evenwijdig aan de bestaande Nieuwe Vaart werd het Lozingskanaal gegraven. Dwars door deze woonbuurt, evenwijdig aan de Zeeburgerdijk en langs de Pontanusstraat werd een knooppunt van de spoorwegen van de Ooster Spoorweg aangelegd met een vertakking naar het westelijk gelegen Rijks Entrepot. Het graafwerk van het kanaal en het bouwen van de nieuwe buurt - rond de Dapperbuurt - kwamen rond 1880 op gang. De school, die in 1882 verwerkelijkt is, behoort daarom tot de eerste gebouwen van deze stedenbouwkundige situatie.
Gebouwtype en bouwgeschiedenis in hoofdlijnen
Het schoolgebouw is in 1882 gebouwd door de Dienst der Publieke Werken van de Gemeente Amsterdam en is ontworpen voor twee scholen van het lager onderwijs en voor kleuters die de voorbereidende klasse volgden. De twee gescheiden scholen bevatten samen aanvankelijk veertien klaslokalen en twee gymnastieklokalen. In totaal werd hier aan zevenhonderd leerlingen les gegeven. Tegenwoordig doet de school dienst als Surinaams Museum, buurtcentrum Ons Huis en kinderdagverblijf De Roomtuintjes. Het gebouw met twee bouwlagen en een schilddak is symmetrisch ontworpen met twee ingangen naast elkaar in het midden van de voorgevel van het gebouw. De plattegrond is C-vormig waarbij de dwarsvleugels naar de achterzijde gericht zijn. De voorgevel ligt op het zuiden en de aanvankelijk overdekte en open speelplaatsen aan de achterzijde zijn op het noorden georiënteerd.
De school behoort tot het type corridorschool met lokalen aan twee zijden van de gang. Tussen de lokalen bevindt zich de gang die de hoofdas van het gebouw vormt en aan beide zijden uitmondt in een uitbouw met een bordestrap.
Het westelijke en oostelijk deel van de school waren spiegelbeeldig aan elkaar en onderling gescheiden. Op de oorspronkelijke plattegrond had de begane grond van het westelijke deel aan de oostkant van de centraal gelegen entree, eerst een werkruimte, vervolgens de kamer van het schoolhoofd met daarnaast twee klassen voor het voorbereidende onderwijs met in de vleugel de gymnastiekzaal. Naast de gymzaal is dan een portaal dat naar de achterkant met een overdekte speelplaats leidt. De toiletten zijn traditiegetrouw in uitbouwen op onopvallende plaatsen gelegen. De twee toiletgroepen aan weerszijden van het trappenhuis, zijn bereikbaar vanuit de lokalen, net als de toiletten die boven het achterportaal liggen. Aan de voorgevel zijn in een uitbouw ook vier toiletten verwerkt. De aanwezigheid van toiletuitbouwen aan de gevel komt in deze bouwperiode zelden voor. Op de plattegrondtekening van de eerste verdieping zijn aan de voorgevel twee maal drie klaslokalen gelegen en aan de achterzijde in elke vleugel twee lokalen, die naast elkaar in de breedte zijn gesitueerd. Boven het ingangsportaal is een kamer voor de onderwijzers aanwezig. De ruimte die tussen de twee uitbouwen ligt, werd indertijd afgesloten met een - inmiddels verdwenen - muurwerkje met daarop een hekwerk.
De belangrijkste veranderingen die het Surinaams Museum doorgevoerd heeft, zijn dat de scheidingswanden tussen de lokalen zijn gesloopt om grotere zaalachtige expositieruimtes te creëren. Aan de achterkant zijn grote vluchttrappen aan gelegd die het zicht op de achtergevel belemmeren.
Architectonische verschijningsvorm
Exterieur
De voor- en achtergevel van de dubbele school is symmetrisch ontworpen en de vormentaal is op de Hollandse renaissance geïnspireerd. Het komt in Amsterdam in deze tijd zelden voor dat een negentiende-eeuws schoolgebouw vrij ligt van belendende percelen en dat de achtergevel net als de zijgevels zo prominent in het zicht is. De achtergevel is daarom vrijwel net zo fraai ontworpen als de voorgevel.
Het exterieur is opgebouwd uit gemêleerde bruinrode baksteen op een rode bakstenen plint met toepassing van gele baksteen voor speklagen, cordonlijsten, hoek- en boogblokken, boogbelijningen en sluitstenen. De afgeknotte zadeldaken zijn bekleed met donkerblauwe dakpannen.
De opzet van de voorgevel heeft een verticale verdeling in negen traveeën van verschillende breedte waarbij de eerste, de derde, de vijfde, de zevende en de negende risaleren. De vijfde is de ingangstravee en de derde en de vijfde vormen de forse uitbouwen van de toiletten. De twee risalerende zijtraveeën en de vier naar achter liggende tussentraveeën zijn drie lokaalvensters breed terwijl de middentravee met de ingangen twee vensters breed is. De toiletuitbouwen met langwerpige vensters zijn het smalst. Alle licht risalerende traveeën worden afgesloten met grote en kleine tuitgevels waarbij de ingangspartij de grootste tuitgevel heeft en wordt bekroond met een pinakel.
In de lokaalvenstertraveeën bevinden zich op elke verdieping drie aan elkaar gekoppelde rechthoekige vensters met halfronde ontlastingsbogen en met siermetselwerk verfraaide boogvelden. De ramen hebben een karakteristieke roedenverdeling; boven het kalf zijn tuimelramen met vier ramen en daaronder zijn dichte en openslaande twaalfruitsramen geplaatst. De toiletvensters zijn ontworpen met luchtdoorlatende jaloezieën in de bovenlichten.
De twee eenvoudig gedecoreerde entrees zijn gevat in bakstenen, verdiept liggende rondboog portalen geflankeerd door pilaartjes met kapitelen onder wimbergen met hardstenen dekplaten.
De twee vensters boven de ingangen, in de middenrisaliet, zijn van de kamers van voormalige onderwijzers en daarboven bevindt zich een uitkragende tuitgevel met guirlandes waarop de drie Andreaskruisen aangebracht zijn en een banderol met de datum van het bouwjaar: ANNO 1882. In het midden van alle topgevels is een gekoppeld zolderraam met een ontlastingsboog aangebracht. De dakrand is verbijzonderd door een onderliggend boogfries.
De achtergevel is vanaf het Zeeburgerpad aan de overkant van het Lozingskanaal zichtbaar. De bouwmassa is verdeeld in drie grote delen en daar tussenin twee kleine toiletuitbouwen. De twee naar voren stekende zijvleugels zijn elk twee traveeën breed en het naar achteren wijkend middendeel heeft een breedte van vijf traveeën. De vleugels bevatten elk zes lokaalvensters en twee topgevels. Het middendeel van vijf traveeën heeft een breed middenrisaliet dat twee vensters breed is en ook is afgedekt met een topgevel. Deze wordt geflankeerd door twee traveeën met grote gangvensters met daarnaast een toilettraveeën met leien lessenaardaken, die ook bestemd zijn voor het portalen van de achteruitgangen. De topgevel van de middentravee is gelijk aan die van de voorgevel, inclusief de banderollen.
De beide zijgevels zijn identiek. Elke zijgevel bestaat uit een blinde gevel met in het midden een brede uitbouw toebehorende aan het achterliggende trappenhuis met de toiletgroepen. De uitbouw is twee bouwlagen hoog en oogt als een apart bouwdeel omdat het een eigen afgeknot schilddak heeft en een eigen topgeveltje. Een groot rondboograam verlicht het trappenhuis geflankeerd door vier smalle gekoppelde toiletvensters.
Interieur
Het gebouw is niet meer in gebruik als schoolgebouw en heeft daarom enige veranderingen ondergaan. Het deel op nummer 21 dient als Surinaams Historisch Museum en dat op nummer 23 fungeert als buurtcentrum Ons Huis en kinderdagverblijf De Roomtuintjes. Veel van de oorspronkelijke details zijn nog aanwezig, zoals de paneeldeuren en tussenschotten met ramen. Ook zijn de boogvormige trappenhuizen met bordestrappen en traptreden van comblanchine nog in tact. Veel plafonds zijn verlaagd. Op verschillende plaatsen zijn nog de originele vloeren zichtbaar.
Cultuurhistorische context
Deze dubbele school was een school voor Gewoon Lager Onderwijs (GLO) der eerste klasse. Dit soort scholen had tot het eind van de eeuw geen namen maar alleen nummers. De toegang tot de armenschool, na 1880 eerste klasse genoemd, was gratis in tegenstelling tot die van de tweede tot en met de vierde klasse scholen, waar schoolgeld werd geheven.
De wet van 1878 en de Bouwbesluiten van 1883 bepaalden dat in elke klas maximaal 50 leerlingen mochten zitten met een onderwijzer. Het gevolg was dat de gebruikelijke grote schoollokalen der eerste klasse met 360 leerlingen verboden waren. Vaak werden glaspuien aangebracht om de enorme groepen leerlingen te verdelen in kleinere groepen die afzonderlijk les kregen. Na de wet van 1878 moesten de bestaande schoollokalen voor maximaal 100 leerlingen aangepast worden door ze te verdelen in twee lokalen, te scheiden door glazen schotten. De lokalen waren bereikbaar door een gang van tweeëneenhalve meter breedte die tevens als garderobe kon dienen. Na 1881 kwamen de eerste lagere scholen met meerdere lokalen tot stand: de corridorschool.
De scholen van de hogere klasses kregen een meer voorname en gedetailleerde gevel dan bijvoorbeeld armenscholen. Deze armenschool is een goed voorbeeld van een schilderachtige architectuur. Dat betekent dat de architect in zijn ontwerp variatie heeft gebracht in textuur, harmonie, licht, donker, ijlheid, zwaarte en ook de kleur van de bouwmaterialen. De gevels van deze school zijn geleed en gedetailleerd met vooral neorenaissancistische en neogotische bouwelementen. De Hollandse renaissance als inspiratiebron voor een schoolgebouw werd in de loop van de jaren tachtig van de negentiende eeuw steeds vaker gebruikt. Deze stijl werd gezien als de meest vaderlandse bouwstijl was en bovendien die uit de Hollandse glorietijd, de Gouden Eeuw. Bij de vormgeving van deze armenschool heeft, behalve dat het gebouw moest bijdragen aan de verfraaiing van het stadsbeeld, ook het beschavingsconcept een rol gespeeld: de kunst moet schoonheid produceren en bijdragen aan de beschaving van vooral de arme bevolking.
Bij een vergelijking van de bouwstijl van deze school met andere scholen is het zeer waarschijnlijk dat het gebouw ontworpen is door de stadsarchitect Bas de Greef. Het gebouw werd ook bewonderd door tijdgenoten: Jacob Olie fotografeerde in 1891 de school met de leerlingen op klompen en drie onderwijzers met keurige hoeden.
Conclusie
Het schoolgebouw is van hoge stedenbouwkundige waarde omdat het geheel vrij ligt en zowel aan de Zeeburgerdijk en vanaf de overkant van het Lozingskanaal een beeldbepalend pand is. De grootschaligheid van het gebouw met een opzet in twee symmetrische delen draagt hier in grote mate aan bij. Het schoolgebouw is van architectuurhistorische waarde vanwege de hoge kwaliteit van de architectuur in neorenaissancistische en neogotische stijl. Kenmerkend in dat opzicht is de toepassing van speklagen in gele verblendsteen, boogtrommels met siermetselwerk, topgevels en natuurstenen details. De afwisseling in materiaal, kleurstelling en plaatsing van de verschillende, al dan niet risalerende bouwdelen levert een evenwichtig gevelbeeld op, aan alle zijden van het gebouw. De toepassing van een grote hoeveelheid grote venster geeft dit grote gebouw een opvallende ijlheid, zeker aan de voorzijde. Het gebouw is representatief voor de scholenbouw in de negentiende-eeuwse ring buiten de Singelgracht. Van waarde zijn ook de diverse interieuronderdelen die nog bewaard zijn gebleven. Als dubbele school van het lager onderwijs en voor kleuters die de voorbereidende klasse volgden, geeft dit gebouw een goed beeld van de ontwikkeling van onderwijsgebouwen en heeft als zodanig typologische en cultuurhistorische waarde. Ondanks enkele wijzigingen ten behoeve van de nieuwe functies, zijn het ex- en interieur van het gebouw zowel in hoofdopzet als detaillering gaaf behouden gebleven.
Bronnen en literatuur
Bouwkundige Bijdragen (1873) Scholennummer, p. 167-185.
Gemeentearchief Amsterdam, beeldbank: Zeeburgerdijk 21-23
Gemeentearchief Amsterdam, microfiche
Gemeentearchief Amsterdam, kaarten: Van der Stok/ Van Holkema, 3e uitgave uit 1886
Hameleers, H., Kaarten van Amsterdam 1866-2000, Bussum / Amsterdam 2000
Spoelstra, Y.W.M., Schoolvoorbeelden. Inventarisatie van Amsterdamse schoolgebouwen 1850-1965, Bureau Monumenten en Archeologie, Amsterdam 2003-2004
Woud, A. van der, Waarheid en Karakter. Het debat over de bouwkunst, 1840 -1900, Rotterdam 1997