Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige context
De eilanden Uilenburg, Marken en Rapenburg zijn ontstaan bij de tweede uitleg van Amsterdam, waartoe in 1593 werd besloten. Aanvankelijk hadden deze eilanden een industriële bestemming, uiteraard gekoppeld aan het havenbedrijf, en was het verboden om er woningen te bouwen. Vanaf 1662 namen de nieuwe Oostelijke eilanden die functie over, daarna verrees er meer en meer bebouwing op Uilenburg, Marken en Rapenburg.
Het statenpatroon van Uilenburg bestond uit twee smalle straten (de Uilenburgerstraat en de Batavierstraat) in de lengterichting van het eiland met haaks hierop twee straten (de 1e en 2e Batavierstraat). De wijk werd aan het begin van de twintigste eeuw ingrijpend gesaneerd waarbij de twee hoofdstraten werden samengevoegd tot een nieuwe en brede straat en vrijwel alle, overwegend uit de zeventiende eeuw daterende, bebouwing werd gesloopt. De bebouwing aan de oostzijde van het eiland, tussen de voormalige Uilenburgerstraat en de Uilenburgergracht, bleef gespaard. Hier, aan het water, was van oudsher de bedrijvigheid gevestigd, aanvankelijk scheepsbouw, later ook pakhuizen, en nog weer later, in de negentiende eeuw, werden hier twee diamantslijperijen gebouwd.
In vergelijking met andere gedeelten van de historische binnenstad is het aantal monumenten of monumentwaardige objecten in het gebied klein. Dit houdt verband met het boven beschreven karakter van het gebied en de hiermee samenhangende stedenbouwkundige ontwikkelingen die het aanzien ingrijpend hebben gewijzigd.
De grootscheepse sanering van de wijk en de grootschalige complexen die door de gemeentelijke Woningdienst in de jaren twintig werden opgericht hebben geleid tot een zeldzame concentratie van Amsterdamse Schoolarchitectuur, zoals het wooncomplex aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 2- 68, Oosterkade 4-8 en Oude schans 17a-23b, de twee scholen aan de Nieuwe Uilenburgerstraat en Nieuwe Batavierstraat, het voormalig Gemeentelijk Badhuis en sectiepost Stadsreiniging op de hoek Nieuwe Uilenburgerstraat/Houtkoperburgwal en de voormalige werf van de afdeling Riolering en Bruggen, Nieuwe Uilenburgerstraat 57-59. Al deze complexen zijn opgenomen in het Gemeentelijk Monumenten Project.
De dubbele school aan de Nieuwe Uilenburgerstraat/Nieuwe Batavierstraat ligt aan de kop van een bouwblok, begrensd door de Oude Schans, de Nieuwe Batavierstraat en de Nieuwe Uilenburgerstraat. Deze locatie heeft geleid tot een U-vormige opzet van de school waarbij alle straatgevels anders zijn vormgegeven en inspelen op de tegenover gelegen bebouwing. Terwijl de gevel aan de Nieuwe Uilenburgerstraat als een echte schoolfaçade fungeert, is de gevel aan de Nieuwe Batavierstraat informeler van karakter; de gevel aan de Oude Schans wordt gekenmerkt door grote gesloten muurvlakken. Een bijzondere plaats neemt de hoek Nieuwe Batavierstraat/Oude Schans in, die in de zichtas van de Nieuwe Koningstraat is gesitueerd en architectonisch verbijzonderd is.
Gebouwtype en bouwgeschiedenis in hoofdlijnen
Nieuwe Batavierstraat 2/Nieuwe Uilenburgerstraat 96 betreft een dubbele school, ontworpen voor de huisvesting van twee (vermoedelijk aparte) jongens- en meisjesscholen voor het gewoon lager onderwijs. De plattegrondtekening vertoont een U-vorm rondom een gemeenschappelijke speelplaats. De scheidingslijn tussen de twee scholen ligt aan de Nieuwe Batavierstraat, daar waar de gemeenschappelijke voorzieningen zijn gesitueerd. De drie bouwlagen hoge hoofdgebouwen liggen enerzijds aan de Nieuwe Uilenburgerstraat, anderzijds aan de Oude Schans/Nieuwe Batavierstraat terwijl de gemeenschappelijke ruimtes, zoals het gymnastieklokaal en het speellokaal, aan de Nieuwe Batavierstraat over één bouwlaag zijn opgetrokken. De school aan de Nieuwe Uilenburgerstraat is een zuiver uitgevoerde gangenschool waarvan de plattegrond symmetrisch is opgezet met een centrale gang parallel aan de straat en op de middenas de ingangspartij en het trappenhuis. De plattegrondindeling van de school aan de Oude Schans/ Nieuwe Batavierstraat is terug te voeren op het type 'hoekschool', waarbij het langgerekte bouwvolume als het ware is omgeknikt en twee langsgangen haaks op elkaar de verschillende ruimten ontsluiten en uitkomen op een centraal trappenhuis in de 'knik' van de hoek. De ingang van de school is aan de Nieuwe Batavierstraat naast het centrale trappenhuis geplaatst. De gehele verdere indeling van de scholen weerspiegelt de in die tijd heersende ideeën over hygiëne en lucht. Zo is met de positionering van de leslokalen op het zuidoosten duidelijk rekening gehouden met een oriëntatie op de zon en worden de sanitaire ruimten uit hygiënisch oogpunt van de leslokalen gescheiden door gangen. Om ook toezicht te kunnen houden op kinderen buiten de lesuren zijn op strategische plaatsen in de school de kamers van de schoolhoofden gesitueerd: bij de school aan de Nieuwe Uilenburgerstraat in het verlengde van de gang tegen de linker bouwmuur en bij de school aan de Oude Schans/Nieuwe Batavierstraat naast de ingang. Elke school beschikte over een achttal leslokalen, 12 wc's en 9 bergingsplaatsen.
Aangezien het interieur van het schoolcomplex niet bezocht is, is niet bekend in hoeverre de indeling van de vertrekken nog intact is.
Architectonische verschijningsvorm
Exterieur
Het schoolcomplex is opgebouwd uit verschillende plat afgedekte bouwvolumes die zijn opgemetseld in kruisverband met een donkerbruine baksteen; vooral aan de zijde van de Nieuwe Uilenburgerstraat zijn delen van het metselwerk op vrij grove wijze vernieuwd. Het gevelbeeld van het hele complex wordt bepaald door de tamelijk zware bakstenen muren waarin, naar gelang de erachter gelegen ruimte, kleine of grote, in dik wit geschilderd kozijnhout gevatte roedenvensters zijn geplaatst. De vormgeving wordt gekenmerkt door een overwegend vlakke muurbehandeling waarbij alleen de muurvlakken boven de vensters op de tweede verdieping architectonisch verbijzonderd worden door metselmozaïeken. De verdere vormgeving lijkt hoofdzakelijk gericht te zijn op het uitdrukken van de innerlijke structuur waarbij niet alleen de verschillende bouwmassa's deze 'afleesbaar' maken, maar ook de plaatsing en de grootte van de ramen. Het standaardtype dat voor de leslokalen is gebruikt is een negenruits venster onder een strek.
Bij de school aan de Nieuwe Uilenburgerstraat is de straatgevel duidelijk te herkennen als schoolfaçade door de plaatsing van negenruitsvensters en de op de middenas diep gelegen ingang achter een originele ijzeren hekwerk met karakteristieke Amsterdamse Schoollijnvoering. Dit geveldeel is architectonisch verbijzonderd door risalerend metselwerk. Een raamstrook op insteekniveau voorziet in een optimale lichttoevoer van de ingang en vestibule. Het is niet duidelijk welke functie de ruimte achter de kleine vensters op de derde verdieping heeft, gezien de situering zal het hier gaan om dienstruimtes of ruimtes voor het onderwijzend personeel.
Bij de school aan de Nieuwe Batavierstraat/Oude Schans is de hoek als centraal bouwvolume opgevat en verbijzonderd door het afgeronde gevelvlak met de fraai vormgeven raamgroep bestaande uit 18 trapsgewijs geplaatste vierkante raampjes die het erachter gelegen trappenhuis verlichten. De hoek is door twee risalerende, hoger opgaande, bouwvolumes ingesloten, geaccentueerd door een trapsgewijze verjonging van het metselwerk. Door de dispositie van de vensters, dubbele draairamen met roedenverdeling, wordt duidelijk dat in deze bouwvolumes de gangen uitkomen. In het smallere bouwvolume aan de Nieuwe Batavierstraat is op de begane grond de ingang in een portiek geplaatst achter een paraboolvormige gemetselde opening met originele ijzeren hekwerk in een strakke Amsterdamse Schoollijnvoering. In een aansluitend bouwvolume is op de begane grond een bergplaats gesitueerd en duidt, als uitzondering op de regel dat alle lokalen zuidoost gesitueerd zijn, het negenlichtsvenster op de eerste verdieping op het tekenlokaal.
Aan de Oude Schans sluit een langgerekt bouwvolume aan op het smalle en hoger opgetrokken bouwdeel. Door een vergelijkbaar vormgegeven en eveneens smal en hoger opgaand bouwvolume tegen de meest rechter bouwmuur wordt dit langgerekte bouwvolume ingekaderd. In tegenstelling tot de straatgevel van de school aan de Nieuwe Uilenburgerstraat waar het gevelbeeld wordt bepaald door grote raampartijen, wordt hier het gevelbeeld totaal beheerst door de zware bakstenen muren. Geen grote vensterpartijen maar slechts kleine vierkante raampjes die de erachter gelegen sanitaire ruimten en bergingsplaatsen verlichten, doorbreken het metselwerk. Op een aantal plaatsen in deze gevel zijn gevelstenen geplaatst die afkomstig zijn uit panden in de buurt die voor de sanering in de jaren 10-20 werden afgebroken. In het meest linker vensteras is een gevelsteen te zien waarop een burcht met uil is afgebeeld met het onderschrift: UYLENBURGH; vermoedelijk is deze afkomstig van een pand aan de voormalige Uilenburgerstraat 106. In het middelste gevelvlak is een gevelsteen te zien met een voorstelling van de harpspelende Koning David; de steen dateert uit de tweede helft van de zeventiende eeuw en is eveneens afkomstig van een pand aan de voormalige Uilenburgerstraat. In de meest rechter vensteras wordt een bijl en een dissel hangend aan een touw afgebeeld met het onderschrift ANNO 1734; de steen zou afkomstig zijn van een pand aan de voormalige Uilenburgerstraat 30.
Cultuurhistorische context
In de periode tot 1920 nam het aantal nieuwe lagere scholen sterk toe. De voornaamste oorzaak van deze hausse was de invoering van de leerplichtwet in 1901. Een school moest voortaan binnen 4 km van het huis van de kinderen staan, afzijdig van drukke wegen en industrie. De dubbele school aan de Nieuwe Batavierstraat/Nieuwe Uilenburgerstraat is ontworpen door Publieke Werken. Onder de ontwerptekeningen kwam vrijwel altijd alleen de naam 'Publieke Werken' voor, waardoor het vooralsnog niet duidelijk is welke architect de school heeft ontworpen. De opzet van het schoolcomplex toont de experimentele en nadrukkelijk op functionaliteit gerichte fase die de scholenbouw vanaf het begin van de twintigste eeuw doormaakte, gestimuleerd door financiële overheidsimpulsen ten gevolge van de Wet Hernieuwd Onderwijs uit 1880. De vormgeving, hoewel in zekere zin monumentaal van opzet, vertoont dan ook geen historische stijlverwijzingen, maar is eerder het resultaat van een uiterst functionele dispositie van verschillende onderwijsfuncties.
Conclusie
De dubbele school aan de Nieuwe Uilenburgerstraat/Nieuwe Batavierstraat is cultuurhistorisch van belang als uitdrukking van de ontwikkelingen in het onderwijs en de scholenbouw in Amsterdam na het Scholenbesluit van 1883. De school is architectuurhistorisch van belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp in Amsterdamse Schoolstijl, in het bijzonder het spel van de verschillende vormen raampartijen in verder tamelijk gesloten gevelwanden. De school is een fraai voorbeeld van het zoeken naar een geschikt geachte moderne vormentaal waarin tevens de stedelijke context tot uitdrukking moest komen.
Vanwege het voldoen aan bovengenoemde selectiecriteria heeft de school een zeldzaamheidswaarde.
Gebruikte bronnen en literatuur
MIP; Kuipers; Bouwkundig Weekblad, 45 (1924), p. 161-164;
Scholeninventarisatie M. Crone;
O.W. Broers, De gevelstenen van Amsterdam, 1992, p. 193-194.
A. Jolles en J.E. Abrahamse, Stedenbouwkundig historisch onderzoek: Uilenburg, Valkenburg, Rapenburg, Amsterdam 1993.