Redengevende omschrijving (publiek)Het complex in de Warmoesstraat met huisnummer 159, bestaat uit drie bouwdelen. Een rijksmonument met een gevel uit de achttiende eeuw en een negentiende-eeuwse lijst, voorheen huisnummer 157, dat hier niet wordt beschreven. Rechts daarvan, voorheen nummer 159, staat een bedrijfsgebouw uit 1917, ontworpen door P. Schenk, dat wel wordt beschreven. Het belendende pand, voorheen nummer 161, was twee jaar eerder gebouwd door A.D.N. van Gendt voor de drukkerij A. Adler. De kantoren van Adler waren gelegen aan de Warmoesstraat, de eigenlijke drukkerij lag aan de Sint Jansstraat. Het complex is gelegen tussen de Warmoesstraat, Sint Jansstraat en de Leidekkerssteeg, met gevels in de gesloten gevelwanden van de verschillende straten. De Leidekkerssteeg is sinds kort afgesloten, dus hier is de gevel niet meer zichtbaar vanuit de openbare ruimte. De verschillende onderdelen van het complex zijn in 1983 samengevoegd en verbouwd tot klooster voor de Zusters Augustinessen van Sint Monica.
Het perceel voorheen genummerd 159 loopt net als de andere percelen aan deze kant van de Warmoesstraat schuin naar links weg vanaf de straat gezien. Het bedrijfsgebouw behoorde sinds 1916 toe aan E.A. Joachimsthal, die hier een zaak in manufacturen had, met kantoren, werkplaats en magazijnen. Het pand werd in 1917 verbouwd naar ontwerp van P. Schenk, van wie verder geen werk bekend is. De tamelijk smalle symmetrische voorgevel, die vier bouwlagen telt, verkeert heden nog grotendeels in authentieke staat, waardoor deze gaafheidswaarde bezit. De gevel volgt de traditionele opzet van een winkelhuis met pilastergevel, en is in traditionele materialen opgebouwd, maar de uitwerking is onmiskenbaar eigentijds. De onderpui is gewijzigd in 1983. De penanten in hardsteen en zandsteen ter weerszijden en de bijzondere bovenlichten met schuine roeden zijn echter nog intact. Hierboven bevindt zich een zandstenen fries, waarin voorheen de naam van het bedrijf Joachimsthal stond. De gevel hierboven is opgetrokken in roodbruine baksteen en telt twee vensterassen met drie colossale bakstenen pilasters in geabstraheerde vorm ter weerszijden. De randen van de pilasters hebben een staande muizentandlijst, en de 'kapitelen' zijn rechthoekige vlakken, die vooruitsteken ten opzichte van de bakstenen gevellijst. De vensters hebben houten kruiskozijnen met roedenramen, en de borstweringen eronder zijn gemetseld in verticaal verband. Boven de vlakke houten gevellijst is een eenvoudige dakkapel zichtbaar, die waarschijnlijk op een haaks op de voorgevel gelegen schilddak staat (niet zichtbaar vanuit de straat).
De gevel die A.D.N. van Gendt heeft ontworpen voor de Drukkerij Adler dateert uit dezelfde tijd en heeft dezelfde opzet maar wordt gekenmerkt door de eigenzinnige vormentaal van deze architect. De oorspronkelijke pui was vrijwel geheel verglaasd en had het karakter van een echte winkelpui waarachter het drukwerk zichtbaar was. De structuur van de pui is wel behouden gebleven, met twee geblokte pilasters van afwisselend berg- en baksteen op de bouwmuren die bekroond worden door fantasiekapitelen. Deze pilasters dragen een fors gedimensioneerd hoofdgestel, in het fries stond oorspronkelijk Drukkerij A. Adler. Boven de pui telt het bouwwerk drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een schilddak. De gevel is opgemetseld met een bruinrode baksteen in kruisverband met een aantal decoratieve elementen van natuursteen. Het gevelbeeld wordt gedomineerd door de opmerkelijk hoge en smalle raamopeningen op de eerste en tweede verdieping verdeeld over vijf vensterassen. De raamopeningen op de derde verdieping zijn beduidend minder hoog en bovendien rond getoogd. De oorspronkelijke stalen kozijnen met idem roedeverdeling zijn in 1983 verdwenen. De smalle penanten tussen de ramen op de eerste twee verdiepingen worden bekroond door een blokje natuursteen dat naar voren steekt uit het metselwerk zodat de suggestie van een pilastergevel ontstaat. De togen boven de ramen zijn gedecoreerd met een bloktand, in de borstwering onder de ramen op de tweede bouwlaag is siermetselwerk aangebracht rond een vierkant en geprofileerd blok natuursteen. De reeks lage ramen onder een geprofileerde bakgoot op klossen tussen twee uitgemetselde en hoger oprijzende gevelelementen heeft min of meer het karakter van een attiek. Op de penanten tussen deze ramen zijn kloeke blokken natuursteen geplaatst als aanzet voor de ronde togen. In het dakschild aan de straatzijde is een eenvoudige dakkapel gestoken, de dakschilden zijn belegd met pannen.
Het bouwdeel aan de Sint Jansstraat draagt duidelijk het karakter van een bedrijfspand, met vier brede traveeën met grote segmentboog-openingen op de begane grond en dubbele vensters op de twee bouwlagen erboven. De gevel is behoorlijk aangetast. De linker travee was oorspronkelijk lager, en is in de tweede helft van de twintigste eeuw verhoogd. De ramen op de verdiepingen zijn in 1983 gewijzigd in stolpramen, op de begane grond is de roedeverdeling verdwenen, de ingang was gezien de zorgvuldige detaillering al in een vroeger tijdperk verplaatst. In het steile dakschild voor het platte dak zijn brede dakkapellen geplaatst.
Het geheel heeft architectuurhistorische waarde vanwege het de esthetische kwaliteiten van het ontwerp van de gevels, met name die aan de Warmoesstraat. Het ontwerp is ook van betekenis voor het oeuvre van de bekende Amsterdamse architect A.D.N. van Gendt.
Bronnen:
A.D.N. van Gendt Architect Amsterdam, Bussum 1916.
David Keuning, Lydia Lansink, Architecten in zaken, Rotterdam 1999 (bonas).
David Walker, 'Sir John James Burnet', in: Alistair Service (ed), Edwardian Architecture and its origins, London 1975, p 192-215.
Archief Bureau Monumenten en Archeologie Amsterdam
Beeldbank Gemeentearchief Amsterdam