Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige context
Het Rokin was van oudsher een aanmeerplaats van de veerschuiten op andere Hollandse plaatsen en daarmee een belangrijke route over water. De route over land is pas later belangrijk geworden. Het pand is gelegen aan de westelijke, drukke zijde van het Rokin, waar in 1527 een kade werd aangelegd. Vanaf de negentiende eeuw groeide deze zijde van het Rokin uit tot een boulevard achtige ruimte met woningen, winkels en bedrijven van enige allure. Een zekere schaalvergroting in de bebouwing kon daarbij niet uitblijven. Het Rokin tussen de Dam en het Spui is in de jaren 1933 en 1937 gedempt, maar nog steeds is de doorgaande route aan de westzijde en is de oostkant betrekkelijk rustig. De doorgaande route maakt deel uit van de belangrijkste noord-zuid radiaal die de stad doorsnijdt en loopt van het Centraal Station naar de Zuid-As. Het Rokin kent een stedenbouwkundig dominant in gebouw Industria, gebouwd na een slepende discussie over de afsluiting van het Rokin en de Dam. Vanwege het instromende verkeer zijn de inrichting van de openbare ruimte en het profiel gericht op vervoer en parkeren. De toch al minder drukke route langs de stille zijde is in feite komen te vervallen, hetgeen de indruk van een asymmetrisch profiel versterkt.
Het in de rooilijn gelegen pand Rokin 36 voegt zich in parcellering naar de omringende bebouwing, maar wijkt af door zijn grotere bouwhoogte. Hierdoor past het pand in het beeld van de golf van eerste schaalvergroting rond het Rokin.
Typologie
Woonhuis met bedrijfsgedeelte (winkel, oorspronkelijk juwelier) op de onderste twee bouwlagen. In type volgt het pand het Amsterdamse woonhuis met klokgevel, dat aan deze zijde van het Rokin in de achttiende eeuw wel voorkwam. Een typologische eigenaardigheid is dat ook de bijna onzichtbare achtergevel een klokgevel is. De grote bouwhoogte, vijf bouwlagen onder een zadeldak, in relatie tot de breedte van slechts twee vensterassen is disproportioneel. Door de pui over twee bouwlagen op te trekken hebben de architecten geprobeerd dit euvel te ondervangen. De toegang tot de winkel is gesitueerd aan de Rokinzijde, die tot de bovengelegen woningen in de Gapersteeg. De horizontale geleding kent behalve het bedrijfsgedeelte op de begane grond en de eerste verdieping, een opbouw over drie verdiepingen onder de klokgevel. De stijl vertoont kenmerken van de Hollandse achttiende eeuw (heroriëntatie op traditionele bouwstijlen) en de Nederlandse Jugendstil.
De zijgevel in de steeg is onder de kap twee traveeën breed en zakt daarna een bouwlaag, onder een plat dak. Het vanaf het Rokin niet zichtbare geveldeel is architectonisch niet verbijzonderd.
Architectonische verschijningsvorm
De pui is over twee bouwlagen opgetrokken, waarbij de onderste aan de Rokinzijde vrijwel geheel verdwenen is. De eerste puibalk is versierd met aaneensluitende festoenen. De natuurstenen hoekpijlers van de pui op de eerste verdieping zijn versierd met cartouches ter hoogte van de eerste puibalk en bloemencartouches ter hoogte van de tweede, met daarin de jaartallen 1843 en 1905. In de hoeken van de tweede puibalk is op de hoeken een eenvoudig ornament (een uurwerkradertje?) zichtbaar. Oorspronkelijk was ertussen de firmanaam (Henri Julien) te lezen. Het samengestelde kozijn, boven de borstwering met spaarvelden, wordt horizontaal geleed door een middendorpel, ter hoogte van blokjes in de hoekpijlers, met in de bovenlichten glas in lood. De middelste van de vijf ramen is getoogd. Het kalf van de twee kruisvensters op de tweede verdieping is zwaar geprofileerd, met daarboven een negenruits roedenverdeling, voorzien van wit glas in lood in de bovenlichten. De druk wordt opgevangen door een natuurstenen latei. De vensters op de derde verdieping zijn identiek, met daartussen een reliëfsteen voorstellende het portret van Christiaan Huygens en profil. Het venster op de vierde verdieping is een samengesteld vijfdelig venster, onder een doorlopende natuurstenen latei, met smalle natuurstenen stijlen en zesruits roedenverdeling, ook in de bovenlichten. Hierboven zijn twee reliëfs geplaatst met, voor zover zichtbaar, de zon en de maan. Het venster in de topgevel is identiek, maar tweedelig. De halsgevel wordt bij de aanzet geaccentueerd door gebeeldhouwde roofvogels en bekroond door een halfrond fronton met in het reliëf een zon. Hieronder zijn twee muurankers zichtbaar.
De zijgevel laat in de omgezette pui dezelfde pijlers, festoenen en borstwering met spaarvelden zien als aan de Rokinzijde. Het blinde muurvlak op de verdieping is voorzien van een Jugendstil tegeltableau met de tekst Fondée 1843 en het jaartal 1905, de naam Henri Julien Horlogerie en Gros en Marque de fabrique deposée. Afgebeeld worden twee uurwerkslingers. In de linker travee onder de kap zijn kruiskozijnen als aan de Rokinzijde geplaatst en een hijsbalk onder de bakgoot. Naast de hijsbalk is een cartouche. In de rechter travee is alleen op de vierde verdieping een kruiskozijn geplaatst (zichtbaar boven de kroonlijst van Rokin 34) en daaronder driedelige samengestelde vensters. Deze vensters zijn ook te zien onder het platte dak in de steeg, boven de entree.
De achtergevel wordt gekenmerkt door een klokgevel als aan de voorzijde.
Cultuurhistorische context
Vanaf het einde van de negentiende eeuw ontwikkelde de drukke zijde van het Rokin zich tot chique (winkel)boulevard. Het pand van Henri Julien paste zeer wel in dat beeld. Een bedrijfspand met een zo duidelijk iconografisch programma kwam in die tijd wel meer voor, maar de specifieke beeldende kenmerken van de horlogier zijn vooralsnog niet bekend van andere panden. Met name intrigerend zijn de beeltenis van Huygens, de uitvinder van het slingeruurwerk en de slingers op het Jugendstil tegeltableau, maar ook de zon en de maan kunnen teruggevoerd worden op uurwerken, van zak- tot staand horloge. Of de keus voor een klokgevel daarbij een toevalligheid is kan daarom betwijfeld worden.
Wat betreft de architectuur van het pand, dient te worden opgemerkt dat de Gebroeders Van Gendt een uitermate gevarieerd oeuvre op hun naam hadden staan. Verwezen kan worden naar het sterk vergelijkbare kantoorgebouw op de Prins Hendrikkade 159a-f, stilistisch nauw verwant, uit 1902-1903 en daarmee als een voorloper te beschouwen.
Een saillant detail tenslotte is dat de Gebroeders Van Gendt, verantwoordelijk voor meer (schaalvergrotende) nieuwbouw, in 1912 een tweede prijs in de wacht sleepten voor hun deelname aan de Dam-prijsvraag, waarbij een kopgebouwtje het Rokin aan de noordkant zou moeten afsluiten.
Conclusie
Het pand Rokin 36 is cultuurhistorisch van belang als uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling: de vestiging van winkels en bedrijven in het luxe segment aan de drukke zijde van het Rokin. Het pand is van bijzonder architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, met name de wijze waarop de architecten geprobeerd hebben de lengte en breedteverhoudingen met elkaar in overeenstemming te brengen door de pui over twee bouwlagen op te trekken. Het pand is bovendien architectuurhistorisch van belang vanwege de bijzondere ornamentiek. Vanwege deze ornamentiek, ontleend aan het beroep van horlogier, is sprake van zeldzaamheidswaarde. Het pand is, met uitzondering van de onderpui, gaaf in hoofdvorm en detaillering.
Bronnen
Stadsplattegrond Gerred de Broen 1725
Atlas van Loman 1876
Paul Spies e.a. (red.), Het Grachtenboek, Den Haag/Amsterdam 1993