Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige waarden
De Stedenbouwkundige waarde van het voormalige Calvijncollege is gelegen in de evenwichtige compositie van de verschillende bouwvolumes: het langgerekte rechthoekige lokalenblok met het verticale trappenhuiselement, de aula en het ‘zwevende’, los van de school geplaatste gymzalengebouw.
De stedenbouwkundige waarde van het college wordt versterkt door de overeenkomsten in vormentaal, materialisering en compositie tussen de diverse bouwvolumes die het tot een herkenbaar en op zichzelf staand ensemble maakt. De stedenbouwkundige eenheid wordt nog eens versterkt, doordat het ensemble van gebouwen is omkaderd door groen en doordat het aan de noordzijde goed zichtbaar is vanaf de belangrijke verkeersader van Nieuw West, Cornelis Lelylaan, en aan de zuidzijde vanaf de secundaire verkeersader Schipluidenlaan. Deze relaties tussen het ensemble van gebouwen, het omliggende groen en de infrastructuur maken dit complex tot een campusachtige stedenbouwkundige compositie. Hiermee is het voormalige Calvijncollege het enige bewaarde restant dat op deze locatie herinnert aan het voormalige programma van scholengebied.
Architectonische waarden
De Architectonische waarde van het voormalig Calvijncollege is gelegen in zowel de typologische opzet als ook de architectonische en materiële uitwerking en detaillering daarvan in ex- en interieur. Deze samenhang tussen typologie, architectuur, detail en materialisering is kenmerkend voor het oeuvre van J.B. Ingwersen.
Typologisch onderscheidt het gebouw zich door het duidelijk verschil dat is aangebracht tussen de pragmatisch ingedeelde schijf met theorie- en praktijklokalen gebouw, de trappen aan de voorzijde, de aula en het los geplaatste gebouw voor de gymlokalen. Dit verschil wordt architectonisch benut doordat de rustige, rechthoekige vorm van het lokalengebouw het decor vormt van de expressief vormgegeven traptoren aan de voorzijde en de van een gewelfd dak voorziene aulavleugel.
Kenmerkend voor de architectuur is de combinatie van vrijwel gesloten, terugspringende plinten die de drie volumes, met name die van de aula, een zwevend karakter verlenen, de gesloten zijgevels en de openheid van de gevels. De verspringingen in de roedeverdeling van de zijgevels verlenen de architectuur van de aula een eigen karakter; in de gevels van het hoofvolume en het trappenhuis lopen de raamstroken, eveneens met verspringende roedeverdeling, en borstweringen van beide delen in elkaar over en volgen zij de trapvluchten. In de raamverdeling van de lokalenvleugel zijn aan de zuidzijde door middel van verticale raamstroken gemakkelijk de secundaire trappenhuizen te onderscheiden; aan de voorzijde markeren de gekleurde borstweringen in de gevel de plaats van de studiezitjes in de gang.
Ook in detail is de architectuur van het Calvijncollege kenmerkend voor de ontwerpbenadering van Ingwersen, een voor Amsterdam toonaangevend architect van scholen en kerken. Dat toont zich in het overal doorgevoerde principe van loshouden van onderdelen doormiddel van inspringingen. Dit is zichtbaar bij de trapvluchten van muren, trapbordessen van glazen pui, trappenhuis van hoofdvolume, plint van bovengelegen verdiepingen, de vormgeving van gevels van schoolgebouw en gymlokalen met verspringingen in de roedeverdeling. Het plastische effect in de architectuur wordt verder opgeroepen door de betonnen luifels en de betonnen zitbanken aan de zuidzijde van de lokalenvleugel, het betonnen sierraster aan de voorzijde van het trappenhuis, de gelijkvormige pergola in het verlengde van het dak aan weerszijden van het trappenhuis en het lokaal voor kosmografie, centraal op het dak en het wigvormig patroon van de betonnen omhulling van de aula.
De materialisering laat een combinatie zien van betonnen bekledingsplaten, houten kozijnen en glas.
Het voormalig Calvijncollege is niet ingrijpend gewijzigd en is daardoor een gaaf typologisch voorbeeld van een naoorlogse middelbare school. Belangrijk is ook de gaafheid van de vormgeving van ex- en interieur zoals dat zichtbaar is in de ruimtelijke compositie van centraal gelegen hal en aula, maar ook in de materialisering van de aula, de gangen en de trappenhuizen.
Het losse gymzalengebouw is ook van bijzonder architectonische waarde, vanwege het vrijhouden van de samenstellende delen en het tot expressie brengen van de constructie en vensters wat het architectonisch beeld van het gymzalengebouw sterk bepaald. Dit is niet alleen typerend voor de ontwerpbenadering van Ingwersen, maar ook zeldzaam voor een dergelijk gebouwtype. Het betreft dan de geleding van de gevels met betonnen spanten en de voortzetting daarvan in de betonnen pilotis waar het geheel op rust, en de roedeverdeling van de stalen kozijnen. De hoge gymlokaalvensters (oostzijde) en hoog geplaatste vensterreeksen (westzijde) laten net als bij de vensters van de school een fraai ritmisch spel van de kozijnstijlen en -dorpels zien, met opvallende plek voor vierkante vensters met blank hout gebeitste vensters. Tegen de blinde zuidgevel is in bronzen letters de oorspronkelijke naam van de school te lezen. Dat zowel het hoofdgebouw als ook de losstaande gymzaal beide hoge esthetische kwaliteit hebben, maakt het voormalige Calvijncollege bijzonder. Het is de enige middelbare school waar dit het geval is.
Waarden Hoofd(draag)structuur
De Waarden Hoofd(draag)structuur schuilen in de wijze waarop de verschillende bouwdelen zich manifesteren: een schijfvormig bouwdeel met theorie- en praktijklokalen die aan de zuidzijde wordt verbijzonderd door de toevoeging van de overblijfruimte/aula met een spectaculair welvend dak en aan de noordzijde door een ver uitspringende trappenhuis waarvan de betonnen kernconstructie door het dak steekt. Ondanks de toepassing van een verbindingslid, zijn deze drie onderdelen duidelijk van elkaar te onderscheiden. De gymzalen en conciërgewoning zijn ondergebracht in een apart rechthoekig volume op poten.
Waarden Interne structuur/plattegrond
De interne structuur is gaaf bewaard gebleven. De Waarden Interne structuur/plattegrond betreffen de ruimtelijke opzet van het college. De entrees aan de noord- en de zuidzijde voeren naar een hal op de begane grond die toegang biedt tot het centrale trappenhuis. Kenmerkend aan de eerste verdieping is centraal gelegen hal die ruimtelijk een eenheid vormt met de lager gelegen aula. Zij vormen samen een bijzondere driedimensionale compositie. De trap kan tegelijk als auditorium dienen. De indeling van de verdiepingen met lokalen aan de zuidzijde en gang op het noorden is kenmerkend voor een schoolgebouw van het corridortype op rechthoekige plattegrond.
Interieurwaarden
Het voormalig Calvijncollege heeft een sober, maar zeer gaaf gebleven interieur. De Interieurwaarden is gelegen in de wijze waarop de centraal gelegen hal op de eerste verdieping een ruimtelijke eenheid vormt met de aula aan de ene kant en de opgang naar het trappenhuis aan de andere.
Het voormalige Calvijncollege vertegenwoordigt ook Interieurwaarden vanwege de aanwezigheid van diverse oorspronkelijke afwerkingen, zoals de scheiding tussen de klaslokalen bestaand uit een glazen wand met een uit blank gelakte schrootjes bestaande borstwering, de houten zitjes en formica tafelblad van studienisjes bij de lokalen aan de noordwand, de plafonds bestaand uit een betonconstructie met een opvulling van vierkante zachtboard tegels, de wanden van schoon baksteenwerk die zich her en der bevinden. Andere onderdelen in het interieur die nog intact zijn, zijn het patroon van blauwe en witte tegels van vloeren, houten bekleding achter kapstokken in administratiegedeelte, kunststof bekleding trapleuningen, en de tegelbekleding van wanden in trappenhuis.
De Interieurwaarden van de aula, die is voorzien van een podium met spiltrap, schuilen in de openheid, lichtheid en soberheid waardoor de bekleding van het buigend plafond met blank gelakte schrootjes extra opvalt. Van waarde in het interieur van het trappenhuis is de dominante sculpturale betonnen constructie, die is bekleed met leisteen en de trap verdeelt in midden- en zijvluchten.
Kunsthistorische waarden
Het schoolgebouw heeft kunsthistorische waarde vanwege de aanwezigheid van het zwart geschilderd gipsreliëf van Jan de Baat (1921-2010) in de vestibule, genaamd Gevleugeld hart (1967), of ook wel “la propre raison de Coeur”. Het kunstwerk heeft bij de entree een beeldondersteunende werking.
Gevleugeld hart is gemaakt van gips of klei en verkeert in een matige conditie. In het oppervlak hebben leerlingen zoals Mark en Lodewijk hun namen gekrast. Het geabstraheerd figuratieve reliëf lijkt een grote vogel voor te stellen die zijn vleugels uitslaat.
Het kunstwerk dateert uit 1967 en is in het kader van Wandkunst Monumentaal gewaardeerd als Behoudenswaard. Het kunstwerk heeft kunsthistorische waarde als een kunstwerk van de lokaal bekende beeldhouwer Jan de Baat. De Baat is autodidact en heeft als docent beeldhouwen op de Rietveld Academie jarenlang jonge kunstenaars opgeleid. Zijn oeuvre bestaat uit circa veertig beelden, waarover zijn vrouw een boek heeft geschreven. Vermoedelijk heeft Gevleugeld hart een beperkte waarde in het oeuvre van de kunstenaar, die het grote herdenkingsbeeld, de Wimpel, op de Apollolaan heeft gemaakt.
Het reliëf heeft cultuurhistorische waarde als herinnering aan het Christelijk Pascal Lyceum, dat later het Calvijn College werd. In een schoolgebouw op Terpstraat 36 is ook een stalen reliëf van Jan de Baat aanwezig.
Er zijn nog restanten van de rotstuin rond de aula en de keien op de hoeken van het hoofdvolume. Het trappenhuis aan de achterzijde was indertijd verfraaid met een groot glaskunstwerk van Joop van den Broek.