Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige context
Het bankgebouw vertoont een schaalvergroting ten opzichte van de drie stedenbouwkundige systemen, waarbinnen het pand, dat de hele kopse kant van het bouwblok inneemt, deel van uitmaakt. De systemen zijn de vierde stadsuitleg van de Grachtengordel (Herengracht), het uit de Middeleeuwen stammende marktplein (Botermarkt, tegenwoordig Rembrandtplein) en de historische radiale routes van de Utrechtsestraat en de Amstelstraat. Het pand maakt bewust een gesloten indruk, waardoor het contrast met de omringende woonhuisbebouwing des te sterker is. Dit contrast wordt mede bewerkstelligd door de eenvormige geleding van het blok en de afwijkende proporties. Stedenbouwkundig is het pand verbijzonderd door het uitgebouwde blok met de galerij op plintniveau in de Utrechtsestraat en door de slanke toren op de hoek van het Rembrandtplein en de Amstelstraat. De toren reflecteerde een negentiende eeuws uitgebouwde hoekerker op de andere hoek van de Amstelstraat. Berlages toren is niet precies op de hoek geplaatst, maar daar waar de bouwhoogte naar de hoek toe twee verdiepingen lager wordt, waardoor de overgang minder hard verloopt. Dit effect wordt versterkt door de rooilijn van het lagere deel te laten knikken in de lijn van het bouwblok aan de overzijde van de Amstelstraat. Een ingenieuze oplossing, aangezien de bouw van de bank op deze hoek ten koste ging van een aanzienlijk aantal vierkante meters van het Rembrandtplein. De hoek zelf is één bouwlaag hoger dan de gevel in de rooilijn van de smalle Amstelstraat. Maar hierboven zijn nog twee teruggezette verdiepingen, net als aan de Herengracht, daar in aansluiting op de bestaande bebouwing. De grotere hoogte van de gevel aan de Utrechtsestraat werd mogelijk gemaakt door de straat ter plekke te verbreden. Het uitgebouwde blok met de galerij markeert de overgang van de Utrechtsestraat naar het weidse Rembrandtplein. Ook het uitgebouwde blok aan de Utrechtsestraat is niet over de volle hoogte opgetrokken. De manier waarop de bouwvolumes zijn gecomponeerd is dus een uitvloeisel van de stedenbouwkundige context.
Typologie
Grootschalig bankgebouw met een oppervlakte van 3250 vierkante meter, een inhoud van 100.000 kubieke meter en werkplaats voor 1250 man, gebouwd voor de Amsterdamsche Bank (nu ABN/AMRO). Het pand - op een onregelmatige plattegrond - is opgetrokken over twee kelderverdiepingen, vier hoge bouwlagen in het gevelvlak en twee lagere bouwlagen, teruggezet in de Amstelstraat en de Herengracht. De gevel aan de Herengracht is representatief, maar ook gesloten vormgegeven - met een centrale toegangspartij in het basement - en telt 19 vensterassen. De gevelwand aan de Utrechtsestraat en het Rembrandtplein is vanwege de stedenbouwkundige situatie, een straatwand, een pleinwand en een hoekoplossing, asymmetrisch vormgegeven. Het uitgebouwde blok telt 27 vensterassen, de pleinwand twaalf en de afgeschuinde hoek vier. Deze hoek is binnen de rooilijn één bouwlaag hoger opgetrokken. De asymmetrische gevel aan de Amstelstraat - met daarin de toegangen naar de kelder telt zestien vensterassen. Het tweede souterrain, zeven meter onder straatniveau, bood ruimte aan een fietsenstalling, een brandstofopslag, de verwarmings en ventilatie-inrichtingen met druk en regelkamer, de accumulatorenkamer, de hoofdschakelruimte etcetera. Het eerste souterrain bood plaats aan garderobes, kleerkasten en controle inrichtingen. Over beide souterrains zijn de kluizen verdeeld, de safe-deposit met een grote 'hall' en de couponkamertjes. Op de hoofdverdieping was de 'hall' voor het publiek gesitueerd (8,5 x 30 meter), benevens kantoren en andere functies. De directie met vergaderzaal en de secretarie waren gevestigd op de eerste verdieping, bijna vanzelfsprekend aan de kant van de Herengracht. Op de teruggezette verdiepingen was het archief ondergebracht. De overige ruimtes waren kantoren. De bovenste twee bouwlagen zijn in de teruggezette delen gewijzigd in 1969. Het karakter van het bankgebouw, een veilige veste voor de spaargelden, is herkenbaar in de gesloten gevelwand en de massieve plint.
Architectonische verschijningsvorm
Het basement is uitgevoerd in ruw behakte granieten blokken, beëindigd door een latei. De getraliede vensters in het basement zijn in de bovenste laag twee keer zo hoog als in de onderste. De verdiepingen zijn opgemetseld in noords verband met verdiepte voeg in een platter formaat baksteen. De verticale geleding wordt bepaald doordat de (meestal per drie) gekoppelde vensterpartijen in uitgemetselde vlakken zijn geplaatst, gescheiden door getrapte spaarvelden, in het gevelvlak. De spaarvelden, iets lager dan de vensterpartijen worden afgesloten door een grindbetonnen rand. In hetzelfde materiaal zijn de onderdorpels, de randen van de uitgemetselde vlakken, de dakranden en de dekplaten van de driezijdig afgeschuinde penanten van de onderramen uitgevoerd. De gekoppelde vensters worden afgesloten door strekken. De roedenverdeling van de hoge bovenlichten is driedelig verticaal met een dwarsroede vlak onder de bovendorpel. Vanwege de representatieve vormgeving en de situering van de belangrijkste gevel aan de Herengracht geldt deze gevel als de hoofdgevel. De symmetrie van deze gevel wordt doorbroken door de galerij aan de kant van de Utrechtsestraat, aangegeven door de koperen lantaren. De centrale entree bestaat uit drie portieken, een brede en twee smalle met bronzen traliewerk voor de deuren. Tussen de deuren zijn decoratief ontworpen lantarens bevestigd. De omlijsting en de wanden van de portieken zijn uitgevoerd in gepolijst graniet. Het bovenvlak van de entree is over de bel etage in vlak behakt graniet uitgevoerd met tussen de vensters decoratief beeldhouwwerk in hetzelfde materiaal, voorstellende nijvere en spaarzame diertjes als bijen, mieren, bevers en eekhoorns. De gevel aan de Utrechtsestraat en het Rembrandtplein is over de hele lengte op begane grondniveau gewijzigd. De moderne uitstalkasten vormen een late invulling van de wens van de schoonheidscommissie meer winkels lees etalages aan te brengen in het ontwerp. Het uitgebouwde blok wordt gekenmerkt door de galerij, over de hoogte van twee bouwlagen, gescheiden door een met koper beklede balk. De openingen in de tweede bouwlaag zijn aangegeven in hetzelfde materiaal. De dagkanten van de pijlers zijn net als de ondersteuningsbalken en de kopse kanten op bel-etageniveau bekleed met geel geglazuurde tegels. De sprong van het uitgebouwde blok aan het Rembrandtplein is één vensteras breed en op de bel etage voorzien van een lantaren als aan de Herengracht. De toren op een rechthoekige plattegrond tussen het uitgebouwde blok en de afgeschuinde hoekpartij verjongt in twee trappen naar de top, de bovenste trap met wijzerplaten en afgesloten door een koperen tentdakje. De verjongingen zijn afgeschuind en uitgemetseld op de hoeken. Het granieten beeldhouwwerk aan de aanzet van de toren stelt het wapen van Amsterdam voor, gedragen door twee klimmende leeuwen en bekroond met de keizerskroon. In de afgeschuinde hoek is de vernieuwde ingangspartij gesitueerd. De gevel aan de Amstelstraat vertoont een regelmatige geleding van per drie gekoppelde vensters, met uitzondering van de vensterassen aan het geveleinde van het gebouw, die per twee gekoppeld zijn. De begane grond met stalen plaatdeuren vertoont een gesloten beeld.
Cultuurhistorische context
Het gebouw van de Amsterdamsche Bank is kenmerkend voor de schaalvergroting binnen de Amsterdamse grachtengordel, waarbij de ontwikkeling van de typologie van het moderne kantoor met steeds meer personeel een belangrijke rol speelde. Een eerste schaalvergroting had al in 1903 plaatsgevonden toen de bank op de naastliggende percelen drie percelen sloopte voor één nieuw bankgebouw, naar ontwerp van Ed Cuypers (inmiddels gesloopt). Ook voor de nieuwbouw van 1926-1932, waarvoor maar liefst vierentwintig panden gesloopt moesten worden, werd de hulp ingeroepen van een gerenommeerd architect: H.P. Berlage, in samenwerking met B.J. en W.B. Ouëndag jr. De exacte bijdrage van Berlage aan het ontwerp is niet helemaal duidelijk, maar naar alle waarschijnlijkheid zijn de gevels van zijn hand en waarschijnlijk ook de stedenbouwkundige uitwerking. De bijdrage van B.J. en W.B. Ouëndag jr. zou dan bestaan uit de uitwerking van de plattegronden. Aanvankelijk had de subcommissie van de Schoonheidscommissie onder voorzitterschap van de Berlage-aanhanger Jan Gratama, bedenkingen tegen de voorgestelde rooilijn en het ontbreken van winkels, maar na een nadere toelichting vervielen deze bezwaren. De bank was een modern kantoorgebouw met klimaatbeheersing en dubbele ramen, negen gewone en twee paternoster liften. Het beeldhouwwerk is van de hand van Lambertus Zijl, één der grote vernieuwers van de Nederlandse beeldhouwkunst, die eerder met Berlage samenwerkte aan het beroemde ontwerp van de Beurs.
Bronnen
'Het nieuwe kantoorgebouw van de Nederlandsche Bank te Amsterdam', Bouwbedrijf 4, 1927, p.155
Ype Koopmans, Muurvast en gebeiteld, Beeldhouwkunst in de bouw 1840 1940, Rotterdam 1997.
J.P. Mieras, 'Het nieuwe kantoorgebouw van de Nederlandse Bank', Bouwkundig Weekblad en Architectura 48, 1927 pp. 100 103
Sergio Polano, Hendrik Petrus Berlage, het complete werk, Alphen a/d Rijn 1989.