Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige context
Het onderhavige complex woningen en winkels is gelegen in de Zeeheldenbuurt in het stadsdeel Westerpark, direct aansluitend aan het buitendijks gelegen gedeelte van de vroeg zeventiende-eeuwse westelijke stadsuitbreiding. Het complex is gelegen op een eiland, waarvan het zuidelijke deel (langs de Zoutkeetsgracht) in de vroege zeventiende eeuw is aangeplempt in het IJ, als noordelijk uiteinde van de stadswallen die de nieuwe westelijke stadsuitbreiding omgordden. Het meest noordelijke deel van dit eiland is in de vroege negentiende eeuw opgeworpen met de aanleg van de Nieuwe IJdijk, en het tussenliggende deel is in het derde kwart van de negentiende eeuw opgehoogd en bouwrijp gemaakt. Dit eiland vormt de uiterst noordelijke uithoek van de zogenaamde negentiende-eeuwse ring, die de stadsuitbreidingen rond de oude binnenstad uit de negentiende en vroege twintigste eeuw beslaat. Het eiland werd grotendeels nieuw ingericht met een stratenplan op basis van het uitbreidingsplan van de directeur Publieke Werken Kalff uit 1875-1876. Maar op het zuidelijke deel van het eiland (langs de Zoutkeetsgracht) werd de oude wegenstructuur min of meer gehandhaafd, in de vorm van een langgerekt blok langs de gracht. Het onderhavige complex ligt op de westelijke kop van dit blok, op de plek waar eerder ook al panden hadden gestaan langs de Barentszstraat. In de zeventiende en achttiende eeuw stonden op de plek van het onderhavige blok de zoutketen, waarin het grove zout voor consumptie geschikt werd gemaakt.
In de omgeving was er in de laat-negentiende-eeuwse uitbreidingen weinig ruimte voor openbare voorzieningen zoals parken en pleinen: het Zoutkeetsplein is een van de weinige open gebleven stukken ruimte. Volgens het laat-negentiende-eeuwse stedenbouwkundig plan werden de bedrijfsgebouwen op het eiland geconcentreerd in een strook aan de noordzijde langs de Oude Houthaven en aan de zuidzijde langs de Zoutkeetsgracht (met een pakhuis direct ten oosten van het onderhavige complex). In het gebied hiertussen werden woningen (met vaak winkels op de begane grond) gebouwd op initiatief van speculanten ('eigenbouwers'). Gelijktijdig met de 'eigenbouwers' ontwikkelde de filantropische 'Vereeniging tot het bouwen van Arbeiderswoningen' bouwplannen op de nieuwe gemeentegrond. Het onderhavige complex is echter, net als de meeste panden in de directe omgeving, door speculanten gebouwd. In 1863 was er onder de naam Welgelegen een uitspanning met ruime tuin ingericht op en rond het voormalig bolwerk de Bogt, op de plaats van het huidige Zoutkeetsplein en omgeving (zie Beeldbank Gemeentearchief).
Het complex staat op de westelijke kop van het langgerekte gesloten bouwblok tussen de Zoutkeetsgracht in het zuiden en de Barentszstraat in het noorden, en grenst aan de westkant aan het Zoutkeetsplein. Doordat het blok om onbekende reden niet recht is afgesloten maar met een korte en een lange schuine wand, heeft het complex vier zijden met stompe hoeken ertussen.
Gebouwtype en bouwgeschiedenis in hoofdlijnen
Het complex bestaat uit een negental afzonderlijke grondgebonden panden, die weer zijn onderverdeeld in verschillende woningen van een of twee etages, en een viertal winkels aan het Zoutkeetsplein. Aan de Barentszstraat bevonden zich op de begane grond twee niet oorspronkelijke werkplaatsen of garages; in één hiervan is heden een winkel gevestigd.
Aan de binnenzijde is het blok open. Het complex bestaat uit twee afzonderlijke architectonische eenheden, die elk ongeveer de helft beslaan, met de grens halverwege de gevel aan het Zoutkeetsplein. Beide eenheden hebben echter ongeveer hetzelfde karakter en dezelfde hoofdvorm. Het complex telt vier volle bouwlagen, waarbij de onderste is uitgewerkt als basement. Er zijn afzonderlijke daken: aan de Zoutkeetsgracht drie schilddaken haaks op de voorgevel, bij de hoek met het plein een afgeplat schilddak dat een veel groter oppervlak beslaat met schilden die evenwijdig aan de voorgevels liggen, en in de noordelijke helft van het complex zijn er vier mansardedaken haaks op de voorgevel en een geknikt tentdak op het hoekpand.
De noordelijke helft van het complex is in 1881 gebouwd. De zuidelijke helft zal ook rond die tijd zijn gebouwd. Sindsdien zijn de puien van de winkels in verschillende fasen gewijzigd en zijn de ramen van de panden aan de Barentszstraat vervangen door kunststof exemplaren.
Architectonische verschijningsvorm
Exterieur
De architectonische verschijningsvorm van het complex wordt bepaald door de afwisseling van metselwerk in rode baksteen en gepleisterde delen, en een opzet in monumentale orde, met basement, middendeel en bekroning door middel van een doorgaand classicistisch hoofdgestel (dat in de Barentszstraat nog veel verder doorloopt langs de gevels). De hoofdvorm van de twee verschillende delen van het complex verschilt enkel op kleine onderdelen zoals de kappen, en ook in de gevels is de opbouw identiek, met verschillen in de detaillering. Ook binnen de noordelijke helft van het complex is er al onderscheid in de detaillering, die in de drie panden aan de Barentszstraat soberder is uitgevoerd dan aan het Zoutkeetsplein en bij het hoekpand. In de voorgevels van het gehele complex is de begane grond uitgevoerd als een basement, met van oorsprong gepleisterde gevels in blokverband en een gepleisterde lijst in de vorm van een classicistisch hoofdgestel bovenlangs. Enkel bij het hoekpand aan de Barentszstraat is het oorspronkelijke pleisterwerk verwijderd, waarbij zichtbaar is dat het blokverband al in het metselwerk is aangebracht. Bij de overige panden aan het Zoutkeetsplein en in de gevel van het hoekpand aan de Zoutkeetsgracht zijn de winkelpuien sterk gewijzigd in het tweede en derde kwart van de twintigste eeuw. Bij de panden aan de Zoutkeetsgracht en de Barendszstraat zijn er steeds gevelopeningen met dubbele ingangen: één die toegang geeft naar de begane grond en één naar het trappenhuis. De twee scherpere hoeken van het complex zijn afgerond door middel van een gebogen travee met op de begane grond een ingang, die is geaccentueerd door flankerende gepleisterde lisenen met verdiepte panelen, die doorlopen tot aan de kroonlijst. De zuidwestelijke hoektravee is verder ook gepleisterd. Soortgelijke lisenen zijn in de zuidelijke helft van het complex ook gebruikt om de gevels verder te geleden volgens de indeling naar de verschillende panden. Hierdoor is duidelijk zichtbaar dat de panden, behoudens het hoekpand, steeds drie vensterassen tellen, hetgeen een duidelijk onderscheid geeft met de smallere panden aan de Barendszstraat, die twee vensterassen tellen (wat minder opvalt omdat hier geen geleding door lisenen is aangebracht). De tweede tot vierde bouwlaag steeds identiek uitgewerkt met vensters. Deze zijn licht getoogd met strekse bogen, die in de verschillende onderdelen van het complex verschillend zijn uitgewerkt met decoraties. In de zuidelijke helft van het complex zijn er opvallend fors gepleisterde lekdorpels aangebracht met decoratieve gepleisterde slabben eronder. Veel kozijnen, ramen en deuren zijn bij diverse renovaties gewijzigd, onder andere in kunststof. In de diverse gevels geven gietijzeren sierankers de hoogte van de verdiepingsvloeren aan. De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door een fors classicistisch hoofdgestel met gepleisterd fries en houten kroonlijst. In de goot staan er oorspronkelijke dakkapellen met hijsbalken. De daken van het noordelijke blok zijn gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen, en die van het zuidelijke met gesmoorde.
Interieur
Het complex is niet van binnen bekeken.
Cultuurhistorische context
Het complex is in twee aparte eenheden gebouwd voor particuliere speculanten, die destijds bekend stonden als 'eigenbouwers'. De noordelijke helft van het complex is getuige een ontwerptekening in de Beeldbank van het Gemeentearchief in 1881 ontworpen door A.W. Kramer. Van deze persoon is verder vooralsnog niets bekend, behalve dat hij ook ontwerper was van Nassaukade 107-108 (1883) en Barentszstraat 253-283 (1880) die dezelfde hoofopzet en uitwerking hebben als de panden op nrs. 317-339. Mogelijk was Kramer een aannemer die eigenhandig het ontwerp maakte. Gezien de eenduidige vorm van de panden in het complex en de rest van de gevel aan de Barentszstraat was de hoofdvorm van de bebouwing en de hoofdopzet van de gevels van te voren gegeven, en moesten individuele ontwikkelaars hieraan voldoen. Het complex is als een geheel ontworpen in typisch laat-negentiende-eeuwse eclectische stijl met classicistische elementen zoals quasi-natuursteen blokverband in het basement, lijsten en lisenen.
Conclusie
Het complex vertegenwoordigt ensemblewaarde omdat het een integraal onderdeel vormt van de laat negentiende-eeuwse invulling van de wijk, die ook andere woonhuizen, winkels, scholen en pakhuizen beslaat. Het complex heeft situationele waarde vanwege de prominente ligging aan het Zoutkeetsplein en de Zoutkeetsgracht. Architectuurhistorische waarde is gelegen in het feit dat het complex is uitgevoerd in typisch laat-negentiende-eeuwse eclectische stijl met nog tamelijk gaaf bewaarde stucdetaillering, die samen met andere originele elementen, de panden een zekere esthetische waarde verleent. Omdat het complex als een geheel is ontworpen heeft het, in samenhang met de bijzondere ligging, ook aanzienlijke stedenbouwkundige waarde
Gebruikte bronnen en literatuur
Cammen, H. van der & Klerk, L. de, Ruimtelijke Ordening. Van grachtengordel tot Vinex-wijk, Utrecht, 2003
Van Haaren, M., Hartman, H. & Mattie, E. (red), Atlas van de 19de-eeuwse ring, Amsterdam, 2004
Zeeheldenbuurt. Een cultuur-historische effectrapportage. J. Bierenbroodspot, Bureau Monumentenzorg en Archeologie, Amsterdam, 2001
Beeldbank Gemeentearchief Amsterdam