Mist er informatie, is de informatie niet juist of wilt u een anonimisering verzoek doen? Laat het ons weten: Onjuiste informatie melden
Monument
Waldeck Pyrmontlaan 13-17
Nummer
222043
Naam
-
Status
Gemeentelijk monument
Type
Pand
Architect ontwerp
Baanders, H.A.J.
Opdrachtgever bouw
-
Bouwjaar start bouwperiode
1913
Oorspronkelijke functie
-
Identificerende sleutel
9d79248b-3dff-45df-b390-87e7e80e4d06
Beschrijving
-
Redengevende omschrijving (publiek)
Stedenbouwkundige context
Het bouwwerk is gelegen in de chique en hoofdzakelijk uit middenstandswoningen bestaande Concertgebouwbuurt die behoort tot het stadsdeel Zuid. Tot 1896 maakte het ten westen van de Van Baerlestraat gelegen gebied deel uit van de gemeente Nieuwer-Amstel. Vanwege de dreigende annexatie door Amsterdam ontwikkelde deze gemeente het op haar grenzen aansluitende gebied. In het verlengde van de Paulus Potterstraat werd hiermee een begin gemaakt door nieuwe bebouwing aan de Willemsparkweg. Deze bebouwing fungeerde als toegang tot het Willemspark (1877) dat een uitbreiding vormde op het Vondelpark en werd ontwikkeld als een villawijk. Op deze manier trachtte Nieuwer-Amstel de rijkere burgerij binnen haar gemeentegrenzen te krijgen. Het waren echter vooral particuliere initiatieven die leidden tot de invulling van het gebied. Voor het gedeelte tussen de Koninginneweg-Willemsparkweg en de De Lairessestraat was vermoedelijk al voor 1900 een stedenbouwkundig plan gemaakt. Bouwmaatschappijen zoals ‘Weltevreden’ dienden bij de gemeente deelplannen in met de precieze aanduiding van de rooilijnen. De opzet van deze plannen kwam overeen met het bekende Plan Kalff uit 1877 dat als onderlegger diende voor de negentiende-eeuwse uitbreidingswijken van Amsterdam. Het bestaande slagenlandschap werd als richtlijn gebruikt, alhoewel de straten niet altijd samenvielen met de ligging van de tochtsloten. Op deze wijze werden lange straten gecreëerd zoals de Van Breestraat, Willemsparkweg, Valeriusstraat en De Lairessestraat.
De nieuwe wijk werd in hoofdzaak bebouwd met gesloten bouwblokken met herenhuizen, maar één deel ervan werd bebouwd in losse blokken van één tot ongeveer tien woningen. Deze losse panden werden geplaatst langs het Vondelpark en in het Willemspark. Oorspronkelijk was deze buurt al in 1881 geprojecteerd in een plan van stadsingenieur J.G. van Niftrik, maar pas na de annexatie van Nieuwer-Amstel in 1896 kwam deze tot stand. Het Willemspark wordt gekenmerkt door een orthogonale en symmetrische aanleg. De aan de westelijke kopzijde van het Vondelpark gelegen Waldeck Pyrmontlaan is één van de straten in het Willemsparkkwartier. Dit wordt in hoofdzaak gekenmerkt door een orthogonale en symmetrische aanleg met het Emmaplein en de Emmalaan als een in noord-zuidrichting lopende axiaal. De Waldeck Pyrmontlaan vormt tezamen met de hierop aansluitende Sophialaan de gebogen omkadering van één van de lobben van het Vondelpark die het kwartier omsluiten. Deze zijn ingevuld met vijvers.
Het onderhavige object bevindt zich aan de oostzijde van de Waldeck Pyrmontlaan, een straat die aan beide zijden is bebouwd met diverse vrijstaande bouwwerken in tuinen. Ook het hier bedoelde gebouw is vrijstaand met een bijbehorende tuin. Aan de voorzijde is het pand in de rooilijn gesitueerd en aan de achterzijde is het object op het Vondelpark geöriënteerd.
Gebouwtype en bouwgeschiedenis in hoofdlijnen
De bekende Amsterdamse architect H.A.J. Baanders leverde het ontwerp voor deze in 1913 gerealiseerde driedubbele villa. Het bouwwerk heeft een rechthoekige plattegrond en heeft drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een plat dak met omlopende hoge schilden. Het dak heeft schoorstenen op de nokhoeken, waarvan de twee linker exemplaren inmiddels zijn verwijderd. Iedere woning heeft een eigen ingangspartij. De ingangen van de hoekwoningen zijn gesitueerd in de zijgevel en die van de middenwoning in de voorgevel.
Architectonische verschijningsvorm
Exterieur
De verschijningsvorm van de driedubbele villa wordt gekenmerkt door een evenwichtige bouwmassa met een in hoofdzaak symmetrische voorgevel die drie traveeën breed is. Het metselwerk is uitgevoerd in een roodbruine quasi-handvormsteen in Vlaams verband met knipvoegen. De dakschilden zijn gedekt met rode verbeterde Hollandse pannen. Er is een hardstenen plint met daarin kelderlichten. De begane grondverdieping fungeert als een basement met aan de bovenzijde een zandstenen waterlijst.
De voorgevel wordt geleed door licht risalerende geveldelen in de hoektraveeën. Op de begane grond bevinden zich in elke hoektravee drie gekoppelde vensters met de oorspronkelijke invulling van houten kozijnen met geprofileerde binnenhoeken en smeedijzeren roosters voor de schuiframen. In de middentravee bevinden zich op de begane grond twee vensters met rechts daarvan de portiek. Ook hier hebben de vensters de oorspronkelijke houten schuiframen en smeedijzeren roosters. De portiek leidt naar een ingangspartij met neven- en bovenlichten en een blankhouten deur. Een siermetselwerklijst in gele IJsselsteen en zwartgeteerde steen markeert de overgang naar de tweede bouwlaag. Hier sluit op bovengenoemde risalieten een driezijdige erker met gemetselde borstwering aan. Deze wordt ondersteund door zandstenen voluutconsoles en is voorzien van houtgesneden sierstijlen en schuiframen. De middentravee bevat twee vensters met een pseudo-kruiskozijn en een balkon met een bakstenen borstwering met siermetselwerk en zandstenen dekblokken. Het balkon is toegankelijk via een dubbele deur. De overgang naar de bovenste verdieping wordt eveneens gemarkeerd door een siermetselwerklijst als voornoemd. Op deze verdieping bevinden zich in elke zijtravee, bovenop de erker, een balkon met bakstenen balustrade met siermetselwerk. De balkontoegang heeft neven- en bovenlichten en wordt omklemd door dubbele bakstenen pilasters met zandstenen kapitelen. In de middentravee bevinden zich op deze bouwlaag drie vensters met een pseudo-kruiskozijn. De gevel wordt beëindigd door een siermetselwerklijst als voornoemd die aansluit op een breed overstekende houten goot met sierklossen. Boven elk van de drie traveeën bevindt zich in het dakvlak een houten dakkapel met veelruits ramen en een timpaan-vormige daklijst
De vormgeving van de zijgevels is vergelijkbaar met die van de voorgevel. Deze gevels zijn grotendeels blind en hebben een risalerend middentravee met daarin op de begane grond de ingangspartij van de hoekwoning. In de rechter zijgevel behield deze de oorspronkelijke invulling met een blankhouten deur. In de linker zijgevel is een nieuwe invulling geplaatst. In beide gevallen flankeren vensters de ingangspartij. Langs de tweede bouwlaag sluit op de ingangen een driezijdige erker aan, vergelijkbaar met die aan de voorzijde van het pand en eveneens met een balkon op de bovenzijde. Een balkontoegang tussen pilasters als voornoemd biedt toegang tot het balkon. Alleen in de rechter zijgevel bevindt zich links hiervan nog een extra venster. Boven de middentravee bevindt zich in het dakvlak een houten dakkapel. Ook in deze gevels bevinden zich siermetselwerklijsten als voornoemd. Aan weerskanten van het gebouw bevinden zich toegangspoorten met metalen dubbele draaihekken en bakstenen posten met zandstenen dekplaten.
Interieur
Het interieur van de woningen is niet bekeken en niet bij de beoordeling betrokken. Mogelijk is er nog sprake van een monumentwaardige indeling en/of interieurelementen.
Cultuurhistorische context
De architect Herman A.J. Baanders (1876-1953) behoort tot een gerenommeerd Amsterdams architectengeslacht dat een uitgebreide oeuvrelijst heeft en waarvan inmiddels een groot aantal werken op de lijst van rijks- en gemeentelijke monumenten staat, bijvoorbeeld het Amsterdams Lyceum. Hij was de zoon van architect H.H. Baanders (1849-1906). Na de dood van zijn vader zette Herman Baanders diens architectenbureau voort, waarbij zijn broer Jan Baander (1884-1966) zich in 1911 voegde. Zelden is bekend wie van de twee broers verantwoordelijk was voor een ontwerp, omdat zij de tekeningen meestal beiden van hun signatuur voorzagen of met de naam van het bureau ondertekenden.
De driedubbele villa aan de Waldeck Pyrmontlaan kan evenwel aan H.A.J. Baanders worden toegekend, omdat alleen hij de ontwerptekeningen heeft gesigneerd.
De opzet en vormgeving van de villa sluit aan op de vernieuwende ideeën over landhuizenbouw van de invloedrijke architect K.P.C. de Bazel. Het gebouw toont gelijkenis met de vormentaal van De Bazel die was geïnspireerd op die van zeventiende- en achttiende-eeuwse Hollandse landhuizen. Karakteristiek zijn onder meer de symmetrische opzet, de pseudo-kruiskozijnen en de hoge kap met (deels bewaard gebleven) hoekschoorstenen. Ook het zorgvuldig uitgevoerde metselwerk met veelkleurige siermetselwerkstroken komt overeen met de vormentaal van De Bazel. Het voorname karakter sluit aan bij de omkadering van het Vondelpark die wordt bepaald door villa’s in een parkachtige omgeving.
Conclusie
De driedubbele villa is van stedenbouwkundige waarde omdat het in combinatie met de bijbehorende tuin met toegangspoorten een waardevol ensemble vormt dat deel uitmaakt van de schilderachtige omkadering van het Vondelpark. Het gebouw is van architectonische waarde vanwege de zorgvuldige uitwerking van het ontwerp, met een evenwichtige en in hoofdzaak symmetrische bouwmassa met erkers, risalieten en siermetselwerkstroken. Het gebouw is een goed voorbeeld van het uiteenlopende oeuvre van de vooraanstaande Amsterdamse architect H.A.J. Baanders die diverse ontwerpen in de hoofdstad op zijn naam heeft staan. Het gebouw is van cultuurhistorische waarde omdat het met zijn opzet en vormgeving het gedachtegoed weerspiegelt zoals dat in de ontstaansperiode van het gebouw bestond over de uitvoering van woonhuizen voor welgestelden. Het gebouw is zowel in de hoofdvorm als de detaillering overwegend gaaf bewaard gebleven.
Bronnen en literatuur
Archief Bureau Monumenten & Archeologie, Amsterdam
Gemeente Archief Amsterdam, beeldbank
De Redengevende omschrijving kan aanvullende informatie bevatten, afhankelijk van uw rol en bevoegdheden als gemeentelijk medewerker. en te controleren of u toegang heeft tot deze extra informatie.