Redengevende omschrijving (publiek)Stedenbouwkundige context
Het Koningsplein is binnen de middeleeuwse omgrenzing van Amsterdam een van de grotere openbare ruimtes. Vanwege de representatieve winkelarchitectuur uit de periode 1890 - 1915 is sprake van een zekere grandeur. Het Koningsplein is ontstaan na het dempen van de gracht (Heiligewegburgswal) in 1658, in feite een verbreding van de Heiligeweg naar Sloten. Na de sloop van de Heiligewegpoort in 1663 kwam het Koningsplein in nauwe stedenbouwkundige relatie te staan tot de aangrenzende Herengracht, onderdeel van de vierde grote stadsuitleg van 1660 en later.
De schaalvergroting van de bebouwing aan de noordwestelijke zijde, van origine tamelijk kleinschalige, smalle panden, vond plaats vanaf 1890 en is passend bij het ruim bemeten profiel van het plein. Aan de zuidoostelijke zijde is de bebouwing echter tamelijk kleinschalig gebleven met incidenteel latere, hoger opgetrokken panden zoals nummer 15.
Het in de rooilijn gelegen hoekpand is zowel aan de Herengracht als op het Koningsplein representatief van vormgeving, waarbij beide gevels min of meer identiek zijn.
Typologie
Woonwinkelhuis opgetrokken over vijf bouwlagen onder een afgeplat schilddak. De brede gevel aan het Koningsplein is vier vensterassen breed, de smalle aan de Herengracht twee, vanaf de derde bouwlaag samengetrokken, de derde bouwlaag zelf met een erker op rechthoekige plattegrond. De winkelpui loopt rondom en is los van de verdiepingen ontworpen in een Corinthische pilasterstelling. De ontsluiting van de winkel is centraal in de brede gevel, die tot de bovenliggende woningen geheel rechts aan de Herengracht. De bovenliggende, symmetrisch vormgegeven verdiepingen zijn uitgevoerd in gele strengperssteen, de renaissance ornamenten en de sierbanden in kunststeen uitgevoerd. De beide gevels zijn gelijksoortig vormgegeven, maar aan de brede gevel is geen erker, maar een balkon bevestigd, op de derde verdieping, over de breedte van de middelste twee vensterassen. Een ander verschil is dat de strook met de vensters in de smalle gevel vanaf tweede verdieping in zijn geheel risaleert. Wel zijn de centrale dakvensters op identieke wijze vormgegeven, zij het dat aan de brede gevel in de kap ruimte is voor twee flankerende kleine dakkapellen. De winkel is gewijzigd maar de hoofdindeling is gehandhaafd.
Architectonische verschijningsvorm
De indeling van de winkeletalage volgt de indeling van de vensterassen niet. Aan de smalle zijde is het beeld asymmetrisch, met één winkelruit links en de deur naar de bovenwoningen rechts, onder een bovenlicht dat als een spiegelboog met jaartalstenen is uitgevoerd. Aan het Koningsplein is de indeling in drieën, de smallere toegang onder een korfboog met console, tussen twee bredere etalageruiten. In de boogvullingen zijn zeemeerminnen opgenomen. Het beeld van de winkeletalage wordt in grote mate bepaald door de gepolijste rood granieten pilasters met gegoten en vergulde bases, zuilringen en kapitelen, de laatste met engelenkopjes versierd. Ook de kopjes van Oosterse figuren boven de pilasters in de puibalk zijn verguld. De pilasters rusten op zwarte natuurstenen postamenten. De tussenliggende vlakken zijn op moderne wijze, maar passend, verbouwd. De verdiepingen zijn duidelijk onderscheiden door naar boven toe dunner wordende waterlijsten, tussen de derde en vierde verdieping als sierband uitgevoerd, net als de sierbanden ter hoogte van de middendorpels. De bovenste verdieping wordt afgesloten door een zware, overkragende kroonlijst op klossen die rusten op een waterlijst ter hoogte van de boogaanzet van de vensters. Alle vensters lopen door tot op de waterlijsten. De getoogde vensters op de eerste en de derde verdieping zijn gelijk, maar op de eerste verdieping meer versierd met twee extra sierbanden en het boogveld met bladmotieven gevuld. In de spaarvelden boven de bogen zijn sluitstenen opgenomen. Op de tweede verdieping zijn de vensters recht beëindigd en afgesloten met een lijst, waarboven sluit- en aanzetstenen zijn ingemetseld. De erker aan de Herengracht rust op bewerkte natuurstenen consoles en is verder in hout uitgevoerd, de vensterindeling in drieën en het geheel afgesloten door de stenen plaat van het balkon dat met een siersmeedijzeren hekwerk is uitgevoerd. Het balkon aan het Koningsplein rust eveneens op bewerkte consoles, maar zwaarder. Aan de onderzijde zijn opschriften in decoratieve lijsten te lezen met als teksten respectievelijk ANNO, LPHdR en 1892. De balustrade van dit balkon is aan de zijkanten en in de balusters in steen uitgevoerd, met daartussen siersmeedijzeren hekwerken. Op deze verdieping zijn ter hoogte van de bovendorpels ruitvormige ornamenten met halve bollen ingemetseld. De vensters van de bovenste verdieping zijn getoogd, zonder boogvelden, maar wel met sluitstenen in het gepleisterde veld, die overgaan in de consoles van de geprofileerde kroonlijst. Deze geprofileerde kroonlijst verspringt aan de Herengracht boven de risaliet. De dakvensters zijn geheel als aediculae in (kunst)steen uitgevoerd met klauwstukken en een gebroken fronton dat bekroond wordt door een obelisk. Gelijksoortige obelisken, maar kleiner, zijn aan weerszijden boven de dakrand geplaatst. De dakkapellen in het dakschild aan het Koningsplein worden bekroond door een overkragende met zink beklede bollende kap. De dakschilden van de kap worden beëindigd door een geprofileerde lijst.
Cultuurhistorische context
Waar de noordwestelijke zijde van het Koningsplein vrijwel geheel werd ingenomen door de confectie, daar was de zuidwestelijke zijde meer gemengd van functie, wonen, winkels en enkele grotere (verzekerings)kantoren. Van de aanwezige winkelpanden is het hoekpand een van de opvallendste bouwwerken, als één geheel vormgegeven, met als bijzonderheid dat de oorspronkelijke, rijk gedetailleerde pui nog vrijwel geheel intact is. De stijl van de neorenaissance, met Duitse invloeden, waarbij gebruik is gemaakt van verblendsteen en catalogusornamentiek, is kenmerkend voor de laatste twee decennia van de negentiende eeuw. Kostbare materialen en gegoten ornamenten zijn eveneens typerend voor deze periode. De toeschrijving aan de architect J. van Looy, een bekend Amsterdams architect, is onzeker. Ook de naam van de opdrachtgever L.P.H. de Ridder biedt geen uitsluitsel. In de literatuur (Koopmans) komt ook de naam van de winkel Volker-Hoek voor en J.A. van Straaten als architect. Het beeldhouwwerk, vermoedelijk de gegoten kopjes, zou van Emil Van den Bossche zijn, een van de meest productieve en toonaangevende beeldhouwers van Amsterdam en naamgever van het atelier van Van den Bossche & Crevels.
Conclusie
Het woonwinkelhuis Koningsplein 15 is architectuurhistorisch van belang als bijzonder rijk gedetailleerd voorbeeld van de neorenaissance uit de jaren negentig van de negentiende eeuw. Het beeldhouwwerk, met name de gegoten ornamenten, neemt binnen dit ontwerp een belangrijke plaats in. Het pand neemt een beeldbepalende functie in op de hoek van het Koningsplein en de Herengracht.
Bronnen
Ype Koopmans, Muurvast & gebeiteld, Beeldhouwkunst in de bouw 1840-1940, Rotterdam 1997
Spies, Paul e.a. (red.), Het Grachtenboek, Den Haag/Amsterdam 1993